Het vorderen van (letsel)schade in het strafproces

De vordering benadeelde partij

Als u letsel hebt opgelopen ten gevolge van bijvoorbeeld een mishandeling, dan kunt u uw letselschade op verschillende manieren vorderen van de dader. Dit kan door het indienden van uw vordering in het strafproces, de zogenaamde ‘vordering benadeelde partij’, of u kunt deze via de civiele (burgerlijke) rechter vorderen.

gebroken glas ongeluk.jpg

Er wordt vaak voor gekozen om de vordering in eerste instantie te voegen in het strafproces, omdat u dan niet separaat een civiele procedure hoeft op te starten. Dit is een relatief eenvoudige manier om de schade op de dader te verhalen. De strafrechter kan echter niet zo uitgebreid ingaan op de vordering zoals dat in een separate civiele procedure gebeurt. Het strafproces mag namelijk niet te veel vertraging oplopen door de ‘vordering benadeelde partij’. De strafrechter beoordeelt dan ook of de vordering ‘voldoende eenvoudig van aard’ (niet te ingewikkeld) is. Als dit niet zo is, zal de strafrechter u niet-ontvankelijk in uw vordering verklaren en u verwijzen naar de civiele procedure om uw schade daar alsnog op de dader te verhalen.

Ook kan de strafrechter de vordering splitsen, waarbij hij een uitspraak doet over de eenvoudigere schadeposten, maar u voor de ingewikkeldere schadeposten naar de civiele rechter verwijst (en dus niet-ontvankelijk verklaart).

Echter, als de strafrechter de vordering inhoudelijk heeft beoordeeld en de vordering vervolgens afwijst, dan kunt u niet meer terecht bij de civiele rechter.

Voegingsformulier

Het is raadzaam om uw vordering in het strafproces voorafgaand aan de zitting in te dienen. Dit kan middels een speciaal ‘voegingsformulier’ dat door de officier van justitie bij het zittingsdossier zal worden gevoegd. Uw voeging benadeelde partij kan ook op een andere manier, of zelfs nog op de terechtzitting zelf worden gevoegd, maar over het algemeen zal de vordering dan eerder niet-ontvankelijk worden verklaard.

Maar wat nu als de benadeelde partij in een civiele procedure alsnog een hogere smartengeldbedrag wil vorderen dan door de strafrechter is toegewezen?

Hierover heeft de rechtbank Midden-Nederland onlangs nog een uitspraak gedaan. Het ging om het volgende. Het slachtoffer was in 2012 overvallen in zijn slijterij en had schadevergoeding gevorderd in het strafproces, waaronder medische kosten, verlies van arbeidsvermogen, reiskosten en smartengeld. De smartengeldvordering bedroeg € 2.750,00. De daders werden veroordeeld en de gevorderde smartengeldvergoeding werd (naast een gedeelte van de overige schadeposten) volledig toegewezen. Een gedeelte van de overige schade werd ook toegewezen en voor het andere gedeelte werd het slachtoffer niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. Dit gedeelte kan hij dus nog vorderen bij de civiele rechter. In de daarop volgende procedure bij de civiele rechter wenste het slachtoffer echter ook nog een aanvullende smartengeldvergoeding te ontvangen. De rechter concludeert echter dat dit niet meer mogelijk is, omdat de strafrechter al op de gehele vordering met betrekking tot het smartengeld heeft beslist en er geen voorbehoud was opgenomen in de voeging benadeelde partij om eventueel in een civiele procedure een aanvullende smartengeldvergoeding te vorderen. Lees hier de volledige uitspraak.

Let dus op: het is belangrijk dat er bij elke vordering benadeelde partij een voorbehoud wordt gemaakt, zodat aanvullende schade ook nog in de civiele procedure kan worden gevorderd. Het slachtoffer kwam in dit geval van een koude kermis thuis.

Inmiddels zijn de eerder genoemde voegingsformulieren hierop aangepast, waardoor dit probleem zich in de praktijk minder vaak zal voordoen.

Over de auteur

Katrien-Boerjan2.jpg
“ Denk in mogelijkheden, niet in onmogelijkheden ”

Katrien Boerjan